Begrippenlijst

A

 

Aanvullende regeling

In een pensioenregeling staat omschreven over welk deel van uw salaris u pensioen op mag bouwen. Hier zit een maximum aan. Als u meer verdient, mag u meedoen aan een aanvullende regeling. U kunt zo meer pensioen opbouwen. Deelnemen aan een aanvullende regeling kan alleen als uw werkgever daarvoor een contract heeft afgesloten.
 

Afkoop

Afkoop betekent dat u een bedrag ineens krijgt uitgekeerd en daardoor vanaf uw pensioendatum geen (maandelijkse) pensioenuitkering ontvangt. Of er wordt afgekocht is een beslissing van het pensioenfonds. U heeft dus geen recht op afkoop. Er mag alleen worden afgekocht als het pensioen lager is dan de wettelijke afkoopgrens. Deze afkoopgrens wordt jaarlijks aangepast.

 

AFM

Toezichthouder die erop toe ziet dat pensioenfondsen duidelijk communiceren. 

 

Anw-uitkering

De Anw-nabestaandenuitkering is een uitkering van de overheid die uw nabestaanden kunnen krijgen als u overlijdt. De uitkering gaat meestal naar uw partner en uw kinderen. Uw eventuele ex-partner kan er ook recht op hebben. Het is niet zeker dat uw nabestaanden na uw overlijden een uitkering krijgen. Voor uw (ex-)partner hangt het af van zijn of haar inkomen, leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid. Heeft uw partner kinderen jonger dan 18 jaar, dan krijgt hij of zij hiervoor een halfwezenuitkering. Voor deze uitkering maakt het niet uit hoeveel uw partner verdient. Als uw kinderen geen ouder meer hebben na uw overlijden, krijgen zij tot een bepaalde leeftijd een wezenuitkering.

 

AOW

Iedere inwoner van Nederland krijgt vanaf zijn AOW-leeftijd een basispensioen. Dit staat in de Algemene Ouderdomswet (de AOW). De AOW is niet voor iedereen even hoog. Hoeveel u krijgt, hangt af van uw persoonlijke situatie. Iedere inwoner van Nederland bouwt in de 50 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd elk jaar 2% AOW op. Als u tijdelijk in het buitenland woont, bouwt u geen AOW op. U krijgt dan dus een lagere AOW-uitkering.
 

Attestatie de vita

Andere term voor Bewijs van in leven zijn. Deze verklaring moet regelmatig worden verstrekt door gepensioneerden die in het buitenland wonen. Met die verklaring, die door de autoriteiten ondertekend moet worden, kan worden vastgesteld of de betrokkene nog in leven is.

B

 

Bedrijfstakpensioenfonds

Dit is een pensioenfonds speciaal voor een specifieke bedrijfstak, zoals bijvoorbeeld de detailhandel. Als u in zo'n bedrijfstak werkt, moet u meestal verplicht meedoen met de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds. Er zijn ook ondernemingspensioenfondsen en beroepspensioenfondsen.
 

Bereikbaar pensioen

Het pensioen dat u zou kunnen behalen als u tot de pensioenleeftijd aan de pensioenregeling zou blijven deelnemen.
 

Bestuur

Elk pensioenfonds heeft een bestuur. Bij bedrijfstakpensioenfondsen, zoals Pensioenfonds Dranken, worden de bestuursleden afgevaardigd door organisaties van werkgevers en werknemers. Ook pensioengerechtigden zijn in het bestuur vertegenwoordigd. Zij worden benoemd na verkiezing. Het bestuur geeft leiding aan de organisatie en neemt belangrijke beslissingen.
 

Bijzonder partnerpensioen

Gaat u scheiden van uw partner, dan heeft hij of zij misschien recht op (een gedeelte van) uw partnerpensioen. Dit heet het bijzonder partnerpensioen. Hij of zij krijgt dit als u overlijdt. Uw pensioenuitvoerder stuurt uw ex-partner een bewijs als hij of zij recht heeft op dit pensioen.
 

Buitenland

Als u in het buitenland woont of hebt gewoond, kan dat invloed hebben op uw pensioen. Voor elk jaar dat u niet in het buitenland woont (in de 50 jaar voorafgaand aan uw AOW-leeftijd) krijgt u 2% minder AOW. Uw pensioen kunt u ook in het buitenland ontvangen. Voor uw AOW moet u dan aan een aantal zaken denken. Ga voor meer informatie hierover naar www.svb.nl.
 

Burgerlijke staat

Uw burgerlijke staat zegt iets over of u een partner heeft en hoe u hiermee samenleeft. Dus: bent u gehuwd, ongehuwd, gescheiden, alleenstaand of hebt u een geregistreerd partnerschap? Voor uw ouderdomspensioen maakt het niet uit wat uw burgerlijke staat is. Voor de AOW-uitkering is uw burgerlijke staat wel belangrijk. Een alleenstaande krijgt bijvoorbeeld minder AOW dan iemand met een partner. Voor het partnerpensioen is de burgerlijke staat ook belangrijk. Hebt u een (ex-)partner en overlijdt u? Dan krijgt hij of zij partnerpensioen. Bent u alleenstaande? Dan mag u uw partnerpensioen omruilen. U kunt dan een hoger ouderdomspensioen krijgen of eerder met pensioen gaan.

C

 

Conversie

Conversie betekent letterlijk 'omzetting'. Bij pensioenen betekent het dat we een of meer pensioensoorten omzetten in een andere pensioensoort. Zo kunt u bijvoorbeeld bij echtscheiding afspreken dat u een eigen recht op het verdeelde ouderdomspensioen en eventueel bijzonder partnerpensioen krijgt.

D

 

De Nederlandsche Bank (DNB)

Toezichthouder die toeziet op de financiële soliditeit van pensioenfondsen en op het naleven van wet- en regelgeving.

 

Deelnemer

U bent deelnemer aan een pensioenregeling als u pensioen opbouwt via een pensioenfonds of een andere pensioenuitvoerder, zoals een levensverzekeringsmaatschappij.

 

Deelnemingsjaren

Het aantal jaren dat u meedoet aan de pensioenregeling en dus pensioen opbouwt. Deelnemingsjaren worden ook wel dienstjaren genoemd.

 

Dekkingsgraad

De dekkingsgraad geeft aan hoe gezond een pensioenfonds is. Het is de verhouding tussen de bezittingen van een fonds en de pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. Hoe hoger de dekkingsgraad, hoe beter het fonds ervoor staat. Is de dekkingsgraad lager dan 105%, dan moet het fonds een herstelplan schrijven en indienen bij DNB.

 

Demotie

Krijgt u een nieuwe functie? En gaat u minder verdienen? Dan heet dat demotie. Dit is het omgekeerde van promotie. Gebeurt dit in de laatste tien jaar voor uw pensioen, dan mag u pensioen blijven opbouwen zoals het was bij uw oude, hogere, salaris. Dat is echter niet verplicht.

F

 

Factor A

Deze factor laat zien hoeveel pensioen u hebt opgebouwd in een bepaald jaar. U krijgt ieder jaar van uw pensioenuitvoerder een opgave van de factor A. U hebt de factor A nodig om uw jaarruimte te berekenen.

 

Flexibele pensionering

U kunt bij sommige pensioenregelingen zelf bepalen wanneer u met pensioen gaat. Dit heet flexibele pensionering. Hier gelden wel regels voor. Vraag dit bij uw werkgever/pensioenfonds na.

 

Franchise

U hoeft niet over uw hele salaris pensioen op te bouwen. U krijgt later namelijk ook al AOW. De franchise is dat deel van uw salaris dat niet meetelt voor de opbouw van uw pensioen. Het franchisebedrag verschilt elk jaar.

G

 

Geregistreerd partnerschap

U kunt bij de notaris laten vastleggen wie uw partner is. Dit heet een geregistreerd partnerschap. Voor een pensioenregeling hebben u en uw partner nu dezelfde rechten als wanneer u getrouwd zou zijn.

 

Gewezen deelnemer

Hebt u een nieuwe baan? Dan doet u niet meer mee aan de pensioenregeling van uw oude werkgever. U bent dan een 'gewezen deelnemer'. U bouwt daar zelf geen pensioen meer op. Het pensioen dat u hebt opgebouwd, blijft van u.

H

 

Herstelplan

Plan van aanpak waarin het pensioenfonds laat zien welke maatregelen het neemt om de dekkingsgraad te verbeteren.

 

Hoog/laag-constructie

U kunt kiezen om na uw pensionering eerst een hoger pensioen en later en lager pensioen te krijgen. Of andersom. Dit noemen we de hoog/laag-constructie. Het verschil tussen het hoogste en het laagste pensioen mag niet te groot zijn.

I

 

Indexatie (of toeslagverlening)

Geld wordt elk jaar minder waard. Zo kunt u over tien jaar minder kopen voor een euro dan nu. Uw pensioen wordt dus ook minder waard. In veel pensioenregelingen wordt het pensioen daarom jaarlijks verhoogd. Daarbij wordt rekening gehouden met de prijsstijging of loonontwikkeling. Pensioenfondsen zijn niet verplicht om te indexeren. Elk jaar kijken ze of ze voldoende geld hebben hiervoor.

K

 

Korten

De pensioenen verlagen als het fonds in financiële problemen verkeert.

M

 

Middelloonregeling

Bij de middelloonregeling wordt uw pensioen berekend op basis van het gemiddelde salaris dat u hebt verdiend tijdens uw loopbaan. Dit heet ook een opbouwregeling. Bij sommige middelloonregelingen wordt het opgebouwde pensioen geïndexeerd. Zo behoudt het pensioen zijn waarde. Pensioenfondsen zijn niet verplicht om te indexeren. 

O

 

Opbouwpercentage

Percentage van de pensioengrondslag dat u jaarlijks aan pensioen opbouwt.

 

Ouderdomspensioen

Als u met pensioen gaat, ontvangt u ouderdomspensioen. U krijgt uw pensioen elke maand. Het stopt als u overlijdt. Naast het levenslange pensioen is er ook het tijdelijke ouderdomspensioen.

P

 

Partnerpensioen

Dit is het pensioen dat uw partner krijgt als u overlijdt. Partnerpensioen wordt ook vaak nabestaandenpensioen genoemd. Pensioenregelingen hebben verschillende regels voor het partnerpensioen. Het is dus niet zeker dat uw nabestaanden een uitkering krijgen. Lees daarom altijd goed de regels in uw pensioenreglement. Het partnerpensioen kan op twee manieren geregeld zijn: op opbouwbasis en op risicobasis.

Een belangrijk verschil met partnerpensioen op risicobasis is de uitkering na ontslag of bij echtscheiding. Als u ontslag neemt of ontslagen wordt, stopt u met premiebetaling. Uw verzekering eindigt dan. Uw nabestaanden hebben dan na uw overlijden geen recht op een uitkering. Bij een echtscheiding heeft uw ex-partner ook geen recht op partnerpensioen. Een ander groot verschil is dat u het partnerpensioen ook niet kunt ruilen voor bijvoorbeeld een hoger ouderdomspensioen.

 

Partnertoeslag

Als u de AOW-leeftijd bereikt, krijgt u AOW. Hebt u een partner die jonger is, dan kreeg u tot 1 januari 2015 een partnertoeslag. De regeling voor partnertoeslag is per 1 januari 2015 afgeschaft. 

 

Pensioendatum

De datum waarop uw ouderdomspensioen ingaat.

 

Pensioenfonds

Een pensioenfonds is een organisatie die de pensioenregeling regelt. Een pensioenfonds ontvangt de pensioenpremies en zorgt voor de uitkering aan pensioengerechtigden. Er zijn drie soorten pensioenfondsen: bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen en beroepspensioenfondsen. De Nederlandsche Bank (www.dnb.nl) controleert of de pensioenfondsen 

 

Pensioengrondslag

Uw pensioengrondslag is uw jaarsalaris minus de franchise. U bouwt pensioen op over de pensioengrondslag. U bouwt dus niet over uw hele salaris pensioen op. U krijgt immers ook AOW van de overheid.

 

Pensioenleeftijd

De leeftijd waarop uw ouderdomspensioen ingaat.

 

Pensioenovereenkomst

Dit is een overeenkomst tussen u en uw werkgever waarin staat dat u pensioen opbouwt. Er staat ook dat u pensioen krijgt als u 67 jaar wordt of als u arbeidsongeschikt raakt. Tot slot staat erin dat uw nabestaanden een uitkering krijgen als u overlijdt.

 

Pensioenpijlers

Het inkomen dat u na pensionering krijgt, wordt opgebouwd in drie pijlers. De eerste pijler is de AOW. Die krijgt u van de overheid en is voor iedereen. De tweede pijler is het pensioen dat u opbouwt via uw werkgever. De derde pijler is de aanvulling op uw pensioen die u zelf heeft geregeld. 

 

Pensioenreglement

Dit is een schriftelijk document waarin precies staat omschreven hoe uw pensioenregeling in elkaar steekt. Er staat ook in wat uw rechten en plichten zijn en wat de rechten en plichten van uw pensioenuitvoerder zijn.

 

Pensioentekort

Uw oudedagsvoorziening bestaat uit AOW en een aanvullend pensioen dat u heeft opgebouwd via uw werkgever. Of dat inkomen later voldoende is om van te leven, hangt af van uw uitgavenpatroon. Wat voor de ene persoon een goed pensioen is, is voor een ander onvoldoende. Kijk daarom goed naar uw persoonlijke situatie en naar uw wensen. Zo kunt u beoordelen of u in uw specifieke situatie een pensioentekort hebt.

 

Pensioenuitvoerder

De pensioenuitvoerder is een pensioenfonds of een levensverzekeraar. 

 

Pensioenuitvoeringsorganisatie (i.c. AGH)

De pensioenuitvoeringsorganisatie zorgt voor de administratie, de uitkeringen en het beleggen van pensioengelden. Ook zorgen zij voor het beantwoorden van vragen van deelnemers, pensioengerechtigden en werkgevers. Ook ondersteunen zij het bestuur.

 

Pensioenverevening

Als u gaat scheiden, krijgt uw ex-partner de helft van het ouderdomspensioen. Het gaat alleen om het pensioen dat u hebt opgebouwd toen u samen was met uw partner. De verdeling van het pensioen heet 'pensioenverevening'.

 

Premie

De premie is het bedrag dat uw werkgever betaalt aan de pensioenuitvoerder. Met deze premies bouwt u uw pensioen op.

 

Premievrije aanspraak

U doet niet meer mee aan de pensioenregeling. U hebt dan wel nog steeds recht, of 'aanspraak', op het pensioen dat u hebt opgebouwd. Maar u hoeft geen premies meer te betalen. Dat heet premievrije aanspraak.

 

Premievrije pensioenopbouw

Als u (helemaal of voor een deel) arbeidsongeschikt bent, hoeft u geen pensioenpremie te betalen. U bouwt nog wel pensioen op. Dit noemen we premievrije pensioenopbouw.

 

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid

Als u (helemaal of voor een deel) arbeidsongeschikt bent, hoeft u geen pensioenpremie te betalen. Dit heet premievrijstelling. Uw werkgever betaalt tijdens uw arbeidsongeschiktheid uw premies. Zo bouwt u nog wel pensioen op.

R

 

Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht bestaat uit drie onafhankelijke deskundigen en houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in het fonds. Daarnaast hebben wij een goedkeuringsrecht op een aantal bestuursbesluiten. Dat wil zeggen dat het bestuur die besluiten alleen uit kan voeren als de Raad van Toezicht instemt.

S

 

Scheiding

Een scheiding is als de relatie met uw partner voorbij is. Er kan sprake zijn van een echtscheiding, van scheiding van tafel en bed of van een verbreking van het geregistreerd partnerschap.

 

Slaper

Hebt u meegedaan aan een pensioenregeling, maar doet u nu niet meer mee? En bent u nog niet gepensioneerd? Dan bent u een slaper.

 

Startbrief

In een startbrief staat uitleg over uw pensioenregeling. Als u zich aanmeldt bij een nieuwe pensioenregeling, krijgt u binnen drie maanden deze startbrief.

 

Stopbrief

Bij beëindiging van uw deelname aan de pensioenregeling ontvangt u een stopbrief. Hierin staat hoeveel pensioen u heeft opgebouwd en wat u kunt verwachten als gewezen deelnemer.

T

 

Toeslagverlening

Geld wordt elk jaar minder waard. Zo kunt u over tien jaar minder kopen voor een euro dan nu. Uw pensioen wordt dus ook minder waard. In veel pensioenregelingen wordt het pensioen daarom jaarlijks verhoogd. Daarbij wordt rekening gehouden met de prijsstijging en loonontwikkeling. Pensioenfondsen zijn niet verplicht om te indexeren. Elk jaar kijken ze of ze voldoende geld hebben hiervoor.

U

 

Uitruil

U mag het partnerpensioen dat u hebt opgebouwd ruilen. Dit heet uitruil. U kunt bijvoorbeeld eerder met pensioen gaan of een hoger ouderdomspensioen aanvragen. Andersom kunt u ook een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen.

 

UPO

Als deelnemer ontvangt u elk jaar een Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Hierin kunt u zien hoeveel pensioen u heeft opgebouwd en hoeveel u zult ontvangen als u tot uw pensioendatum blijft deelnemen aan de pensioenregeling. Gewezen deelnemers ontvangen het UPO eenmaal per vijf jaar.

V

 

Verevening pensioenrechten bij scheiding

Als u gaat scheiden, krijgt uw ex-partner de helft van het ouderdomspensioen. Het gaat alleen om het pensioen dat u hebt opgebouwd toen u samen was met uw partner. De verdeling van het pensioen heet ook 'verevening'.

W

 

Waardeoverdracht

Als u een andere baan krijgt, kunt u uw opgebouwde pensioen meenemen naar uw nieuwe pensioenuitvoerder. Dit heet waardeoverdracht. U moet de waardeoverdracht aanvragen binnen zes maanden nadat u met uw nieuwe baan bent begonnen. Uw nieuwe pensioenuitvoerder stuurt u dan een offerte voor waardeoverdracht. U kunt dan bepalen of waardeoverdracht handig voor u is.

 

Wezenpensioen

Dit is het pensioen dat uw (minderjarige) kinderen krijgen als u overlijdt. Net als het partnerpensioen kan het wezenpensioen geregeld zijn op opbouw of risicobasis. Het wezenpensioen wordt uitgekeerd tot uw kinderen meerderjarig worden.

Z

 

Z-score

De z-score toont de mate waarin het door het pensioenfonds behaalde rendement afwijkt van het rendement van de door het bestuur vastgestelde normportefeuille.